VI

De Abchazische
Olympische
droom

 

Meer dan vijf jaar zijn verstreken sinds Abchazië in 2008 haar onafhankelijkheid officieel verkreeg. Maar in het land gebeurt bijna niets. De Olympische Spelen hebben geen invloed op de ontwikkeling van het toerisme en het leiderschap lijkt daar ook weinig aan te willen doen. Her en der worden nieuwe huizen, wegen, scholen en voorzieningen gebouwd, maar Abchazië lijkt vooral stil te staan – in aanloop naar Sotsji 2014.

Iedereen had er zo de mond van vol, tijdens onze laatste reizen naar Abchazië Abchazië Landkaart in 2009 en 2010. De Russische toeristen zouden Abchazië herontdekken, Europa zou Abchazië wel gaan erkennen – en als niet Europa, dan toch tenminste de ongebonden landen in Zuid-Amerika en Azië. Maar toen we in 2013 het land aan een hernieuwde inspectie onderwierpen stond de teller van landen die Abchazië erkennen nog op zes. Sterker nog, op de eilandengroep Vanuatu is een politieke strijd uitgebroken tussen de premier en de minister van Buitenlandse Zaken of Abchazië nu wel of niet erkend is. De premier vindt van wel, de minister zegt van niet. Naast de diplomatieke erkenning zouden de Spelen in Sotsji Abchazië vooral uit het isolement hebben moeten halen. Maar eigenlijk de enige keer dat dit daadwerkelijk gebeurde was toen in Abchazië – onder overigens schimmige omstandigheden – twee munitiedepots van Noord-Kaukasische terroristische groeperingen werden opgerold, die vanuit hier de Spelen zouden verstoren. In de berichtgeving hierna werd overigens vooral gespeculeerd op een set-up door de Russische veiligheidsdienst FSB – er is verder nooit meer iets van vernomen.

Renovaties

Toen we in 2009 voor de tweede keer door Abchazië reisden was het land nog in feeststemming na de onverwachte diplomatieke erkenning van het land door Rusland in 2008. We bezochten de badplaats Pitsoenda, een klein, toeristisch stadje op een zanderig schiereiland vol dennenbomen. In een lawaaiig restaurant ontmoetten bij toeval we de burgemeester van de stad; Beslan Ardzinba. Hij was juist bezig zijn verjaardag te vieren, maar ontbrak het bacchanaal even om ons buitenlanders welkom te heten en een fles lokale champagne aan te bieden. Wij vertelden over het mooie strand en de grote maar geruïneerde flats die we er zagen staan. De verlaten balzaal, de oude biljartkamers. ‘Ik weet het natuurlijk,’ zei de burgemeester, voor hij naar zijn feestje terugkeerde. “Maar als je hier over een jaar terugkomt, is alles anders.”

Beslan Ardzinba “Als je hier over een jaar terugkomt, is alles anders.” Beslan Ardzinba, burgemeester van Pitsoenda

Maar – in 2013 was Pitsoenda nog net zo aftands als alweer drie jaar terug. We zochten de burgemeester op in zijn kantoor in de stad. Hij rukt koffie, taart cognac aan en verplaatst halverwege het gesprek naar een traditioneel restaurant, om daar onder het genot van wijn, chacha, cognac & heel veel vlees door te praten. “We doen er alles aan om het beter te maken en onze service te verbeteren,” zegt hij andermaal. “Maar het gaat langzaam. We hebben wat aan het interieur gedaan en hopen dat dit jaar af te maken.” Hij doorstaat de opsomming van feiten die we hem voorleggen, dat er zo weinig veranderd is. “Wij zijn het veiligste plekje op deze planeet. We nodigen iedereen uit om bij ons te komen vakantie vieren. We zullen het hen zo makkelijk mogelijk maken.” Ardzinba gaat door, over wetten die aangepast moet worden om bezit te beschermen, over staatshotels die geprivatiseerd moeten worden, maar – net als in 2009 – een zonnige toekomst in Abchazië lijkt altijd morgen bereikt te worden, alleen gebeurt er vandaag weinig aan om die te realiseren. In 2013 is er nog steeds geen geregelde vlieg- of bootverbinding naar het buitenland. De post werkt nog steeds geïmproviseerd via Sotsji. Nog steeds is ongeveer de helft van alle huizen en gebouwen in het kleine land kapot.

De voormalige balzaal onderaan de hotelflats op het strand van Pitsoenda, Abchazië, 2009. Als we na vier jaar terug keren is er helemaal niets veranderd. Pitsoenda, Abchazië, 2013.

Wij zijn een paradijs

Milana Vozba “Stel je voor dat hier modern zou zijn, en stijlvol. Terwijl Sotsji wordt verpest zijn wij een paradijs.” Milana Vozba 2013

‘Stel je voor dat hier modern zou zijn, en stijlvol,’ verzucht Milana, 22 jaar. We staan aan de voet van de hotels van Pitsoenda. Op de achtergrond rolt de branding over het kiezelstrand, wat een aangenaam soundscape oplevert. Een paar verdwaalde Russische toeristen genieten van de voorjaarszon. Het is vroeg in maart, maar al 22 graden op het strand. ‘Deze gebouwen verpesten het beeld van ons land. Stel je voor, we hebben sneeuw in de bergen, maar tegelijkertijd ligt hier een warme zee. En ruik je de bloemen?’ Het is de spagaat van de nieuwe generatie Abchaziërs. Ze zijn nationalistisch als elk ander van de nauwelijks 200.000 inwoners van dit kleine landje aan de Zwarte Zee. Maar vooral zij zien hoe langzaam het gaat met hun land. ‘Het ligt aan de isolatie van ons land,’ zegt Milana, Milana Vozba, ‘maar ook aan de corruptie. En aan de luiheid. Ons klimaat is te lekker en onze grond te vruchtbaar. En bedenk dat het ook voordelen heeft. Doordat wij zo lang in isolatie hebben gezeten, hebben we goed kunnen nadenken over wie we zijn en wat we willen. En iedereen beseft dat natuur ons visitekaartje is. Het is de wet van de remmende voorsprong. Terwijl Sotsji wordt verpest zijn wij een paradijs.’

Milana Vozba “We moeten wel vooruit durven te kijken, niet teveel achterom.” Milana Vozba 2010 De eerste president en Abchazische leider in oorlogstijd Vladislav Ardzinba wordt overal in Abchazië herdacht.

Milana hoort bij de jonge generatie Abchaziërs tussen de 20 en de 40 die naar buiten kijkt. Zij hebben de arme, geïsoleerde tijden meegemaakt maar hebben ook in het buitenland aan open samenlevingen en kennis mogen snuiven. ‘Wij respecteren iedereen die in de oorlog heeft gevochten en we respecteren alle ouderen, dat hoort bij onze tradities. En we weten dat Georgië nog steeds niet officieel wil zeggen dat ze nooit meer geweld tegen ons willen gebruiken. Maar we moeten wel vooruit durven te kijken, niet te veel achterom.’

Het land opnieuw uitvinden

Angela Pataraya is 25 en noemt zichzelf ‘de laatste oorlogsgeneratie’. ‘De generaties na mij hebben de oorlog niet meegemaakt,’ zegt ze. ‘Hun zorgen gaan vooral over de laatste kleren en telefoons, mijn generatie geeft daar niet om.’ Opgeleid aan de faculteit voor internationale betrekkingen en met een studiejaar in Californië op zak probeert Angela carrière te maken bij een NGO voor de Vrede en reist regelmatig naar Turkije om de Abchazische diaspora te ontmoeten, die al 150 jaar in Turkije woont, maar waarvan enkelen een terugkeer naar het lege land overwegen.

Angela Pataraya “Ik wil in het Abchazisch denken, doen en dromen. Maar zo vaak denk en droom ik in het Russisch.” Angela, 2010

Angela in hun plaats had het gedaan, zoveel houdt ze van haar land. Ze mist geen mogelijkheid om aan te wijzen hoe mooi de dingen zijn die we zien en doen en hoeveel potentieel dit land heeft. Als onderdeel van dezelfde vredesuitwisseling ging ze ook op bezoek in de Georgische hoofdstad Tbilisi. ‘Georgiërs zijn arrogante machtswellustelingen,’ zegt ze. Ze gelooft niet in verzoening. ‘Hopelijk kunnen we gewoon normale buren worden. Ze mogen hier op vakantie komen als ze willen.’ Angela was jong tijdens de oorlog. Wat ze zich het best herinnert is de macaroni met suiker. ‘Dat kwam van de noodrantsoenen die in mijn geboortestad Gudauta werden gedistribueerd.’ In de tuin van het sanatorium in Gudauta staat een klein beeld van een man met een videocamera. ‘Dat is mijn oom,’ zegt Angela. ‘Doodgeschoten door een Georgische sluipschutter. We hebben nu wel onze onafhankelijkheid, maar we hebben er een flinke prijs voor betaald. En wij – de jongere generaties en de generaties na ons moeten dat altijd beseffen.’ Angela en haar generatiegenoten zijn hun land opnieuw aan het uitvinden. ‘De Sovjet-Unie heeft zoveel van onze cultuur en ons land kapot gemaakt,’ zegt ze. ‘Ik wil in het Abchazisch denken, doen en dromen. Maar zo vaak denk en droom ik in het Russisch. Zoveel tradities zijn voor altijd verloren.’

Als de wereld niet naar Abchazië komt, dan regelen de Abchaziërs het zelf wel. En zo vind je in alle steden van Abchazië wel een IKEA. Binnen staat een summiere collectie IKEA-snuisterijen. Voor het grotere werk ligt er de IKEA-catalogus. Een in de zoveel tijd rijden de winkeleigenaren met een bestellijst van hun klanten naar de dichtstbijzijnde IKEA in Zuid-Rusland en komen zo met het nieuwste van het nieuwste terug. Als de wereld niet naar Abchazië komt, dan regelen de Abchaziërs het zelf wel. En zo vind je in alle steden van Abchazië wel een IKEA. Binnen staat een summiere collectie IKEA-snuisterijen. Voor het grotere werk ligt er de IKEA-catalogus. Een in de zoveel tijd rijden de winkeleigenaren met een bestellijst van hun klanten naar de dichtstbijzijnde IKEA in Zuid-Rusland en komen zo met het nieuwste van het nieuwste terug. Angela Pataraya “Ik hoop dat wij ooit zoals Japan worden.”

Op een avond dineren we met Angela in Soechoemi’s Japanse restaurant, een van de symbolen van dit land in wederopbouw. Het is een onwaarschijnlijke plek, met DJ’s, rijke Abchaziërs, en goed eten en drinken. ‘Ik hoop dat wij ooit zoals Japan worden,’ verzucht Angela. ‘Zij zijn supermodern, maar blijven loyaal aan hun eigen tradities.’ Haar telefoon gaat weer over, voor de zoveelste keer. Elke tien minuten wordt ze gebeld door jongens – broers noemt zij ze, maar het kunnen ook neven zijn. Haar ‘veiligheid’ noemt Angela ze. Ze controleren of alles nog goed is bij Angela, waar ze is en wat ze doet. ‘Abchazië kan soms beklemmend zijn, maar zo hoort het ook. Ik wil absoluut een Abchazische man trouwen en hier blijven.’ Een paar dagen later zitten we in ons gehuurde appartement in het centrum van Soechoem. We bellen Angela voor een afspraak en klagen over de pizzabezorgdienst – nog zo’n nieuw fenomeen hier – die voor de 4e keer er niet in is geslaagd ons een pizza te bezorgen. Weer eten we joghurt en worstjes van de nachtwinkel aan de andere kant van de straat. Een half uur later belt Angela terug. Buiten horen we getoeter. ‘Is dit jullie huis?’ vraagt Angela. Buiten staan zij en haar veiligheidsbroer tegen een auto geleund. In de achterbak liggen twee dampende pizza’s. ‘Ik zei je dat het werkt,’ zegt ze trots.

Angela promoot Abchazie.

Koude Oorlogsmentaliteit

Viacheslav Tsjirikba

Het is misschien een van de meest hopeloze baantjes in de internationale politiek: minister van Buitenlandse Zaken van Abchazië. Alleen de drie grote landen Rusland, Venezuela en Nicaragua erkennen Abchazië, en over de erkenning door de drie pacifische eilanden Vanuatu, Nauru en Tuvalu wordt gefluisterd dat Rusland daar een dealtje mee heeft gesloten. Die hopeloze baan wordt nu ingevuld door Viacheslav Tsjirikba, een kalende man van eind veertig. Met een piepklein ministerie achter zich – er werken nauwelijks 20 mensen, een gang in een kleine flat vol ministeries – moet hij proberen de wereld ervan te overtuigen dat Abchazië echt bestaat, levensvatbaar is en officiële erkenning verdient. ‘Het is moeilijk,’ zegt de minister, in de lobby van het oude hotel Ritsa, aan de kustboulevard van hoofdstad Sukhum. Hij heeft haast, want hij moet zijn kinderen nog ophalen bij de crèche, maar besluit die opdracht dan maar aan de chauffeur te geven. ‘Er is een blokbeleid ingesteld. Het is alsof de Koude Oorlogsmentaliteit nog steeds heerst. Mensen denken: als Rusland het enige land is dat ons echt steunt, dan moeten wij wel fout zijn. Maar ons doel is juist om onafhankelijk te blijven. Dus om een klein toeristisch land te worden, onafhankelijk en vriendelijk met alle buren. Dat is ons doel. Dat is moeilijk te bereiken, maar toch.’

Aan de weg van Soechoem naar het zuiden.

Enkele jaren geleden geloofde de voorganger van Chirikba nog in een eigentijdse dominotheorie voor de erkenning van het land. Na de erkenning door Rusland in 2008 reisde de jonge Maksim Gvindjia door de wereld, en zag heel Latijns-Amerika voor zijn charmes vallen. ‘Ja, valt Chirikba me in de rede, als ik dat vertel. ‘En toen kwam de Europese Unie en vertelde iedereen, Zuid-Amerika, Belarus, Kazachstan, dat de EU hen sancties zou opleggen als ze ons erkennen.’ De frustratie spat er af. ‘Er is een kruistocht gaande tegen Abchazië. Terwijl ook voor Georgie erkenning van ons nuttig zou zijn. Zodat de grens weer open gaat, en vluchtelingen weer heen en weer kunnen reizen.’ Reizen, want behalve in het zuiden ziet Chirikba het niet zitten dat Georgische vluchtelingen terugkeren naar Abchazie. ‘Natuurlijk vechten we nog steeds voor erkenning, maar misschien is nu wel belangrijker om goede informatie te verspreiden. Om mensen te laten zien dat wij geen conflictgebied meer zijn, om uitwisselingen te organiseren en zo onze economie op gang te brengen.’

Hartstikke kapot

Het is min of meer hetzelfde verhaal dat we enkele jaren terug aanhoorden. En ook onze rondtocht door het land wordt een eentonig verhaal. Het mijnstadje Tkvartsjel bijvoorbeeld, in de heuvels in het zuidoosten van Abchazië, is nog steeds hartstikke kapot. Pas als we bij thuiskomst de foto’s van toen en nu vergelijken, blijkt dat stiekem enkele dingen zijn veranderd.

Tkuarchal, 2010 De coverfoto van ons boek over Abchazie en de herdruk uit 2013. Geen verandering te zien. Tkuarchal, 2010 Wie goed kijkt ziet op de voorgrond opeens een weggetje lopen. Een toonbeeld van nieuwigheid is het niet, maar het zal wel nieuw moeten zijn, gezien het vergelijkingsmateriaal.

De volgende president

2013 & Ainar, 2010 (op de foto)

In het schooltje van Tkvartsjel lopen we weer Ainar tegen het lijf. In 2010 – drie jaar jonger – wilde hij president van Abchazië worden. Dat wil hij nog steeds – maar om daar te komen is hij nu een vak aan het leren : zanger. Ainar kan zingen als de beste, bevestigt zijn docent. Alleen in de rivier Kodori zien we enige activiteit. Tot grote onvrede van veel Abchaziërs – natuur wordt hier immers gezien al de grootste unieke waarde van het land – wordt de rivier deels afgegraven om Sotsji van kiezelstenen en bouwmaterialen te voorzien. (Alleen in de rivier Kodori zien we enige activiteit. Tot grote onvrede van veel Abchaziërs – natuur wordt hier immers gezien al de grootste unieke waarde van het land – wordt de rivier deels afgegraven om Sotsji van kiezelstenen en bouwmaterialen te voorzien.) Het is misschien een cynische keuze waar dit dorpse land dat zichzelf probeert uit te vinden voor staat: leven in een geïsoleerd paradijs of het land toch mondjesmaat openstellen voor de vaak iets minder duurzame mondiale economie.

Vluchtelingen

De afgelopen jaren kwamen mondjesmaat enkele vluchtelingen uit Georgie terug naar het Gali-district, het zuidoostelijke deel van Abchazië waar Mingrelen – een Georgische stam – wonen. NGO’s slaan nog geregeld de alarmklok over de democratische achterstelling waaronder de Mingrelen te lijden hebben. Hun recht op eigen onderwijs is beperkt en voor de rechtbank verliezen Mingrelen 99 % van de zaken – onder een bestuur, politie, leger en rechtspraak die grotendeels door de centrale regering in Soechoem zijn aangesteld. Maar ach, denken de Mingrelen. Veel is beter dan te blijven leven in de benauwde vluchtelingenflats en oude schooltjes van Georgië.

De grensrivier Ingoeri tussen Georgie en Abchazië. Oud schooltje op Sjamgona, een eiland op de grens met Abchazië. Sinds de oorlog wonen hier Georgische vluchtelingen uit Abchazië. Man steekt de geïmproviseerde grens vanuit Georgie naar Abchazië over. Aan de overkant wacht een Russische grenspost. Anna, de dochter van Ketevan uit hoofdstuk II, woont in de grootste vluchtelingenflat van Tbilisi.

In Georgie kwam in 2012 een nieuwe regering aan de macht. Saakasjvili werd teruggedrongen in de rol van een min of meer ceremonieel presidentschap. De nieuwe leider, de miljardair Ivanishvili beloofde de banden met Rusland aan te halen. Tegelijkertijd bood hij openingen aan Abchazië en Zuid-Ossetië. Maar geen opening is groot genoeg voor deze twee landjes. Onder militaire en politieke bescherming van Rusland is alleen volledige zelfstandigheid en gelijkwaardigheid van en met Georgië genoeg voor hen. Het blijft de vraag of een Georgisch premier of president – met meer dan 200.000 vluchtelingen uit deze gebieden – hier ooit in mee zal gaan. De ouverture richting Rusland kent weinig gevolgen voor Georgie. Enkele producten, zoals water en wijn, die sinds 2008 werden geboycot, mogen weer de grens over. Maar in een interview met het Georgische kanaal Rustavi2, begin augustus 2013, geeft de Russische premier Medvedev ouderwets te kennen dat Georgië vooral geen ouvertures naar het westen hoeft te maken, niet over NAVO moet nadenken en Abchazië, Zuid-Ossetië en het vluchtelingenprobleem moet vergeten. Dan wordt het weer echte vrede, zegt Medvedev. Georgië zal altijd Ruslands kleine broertje blijven.

Russische premier Dmitri Medvedev “Georgië zal altijd Ruslands kleine broertje blijven.”

Remigranten

Het enige – lang aangekondigde – succesje dat we tegenkomen in 2013 kent een droeve voorgeschiedenis. Al jaren probeert Abchazië de vluchtelingen uit de 19e eeuw – Abchazen en andere Kaukasische vluchtelingen voor de Russische legers ten tijde van de Kaukasusoorlog – terug te halen naar het moederland. Voor Abchazië biedt dit grote kansen. Hiermee zoeken zij aansluiting bij een grote diaspora in het voormalige Ottomaanse Rijk – van Turkije tot en met Libië – en in heel West-Europa en de Verenigde Staten. Het betekent toegang tot economische en politieke netwerken, en hervonden loyaliteit aan Abchazië en dat kan alleen maar goed zijn.

Zodra het er op aankomt – lijken de Abchazen hun huidige dorpse staat te koesteren. Schilderij in de hal van het ministerie van repatriëring, Soechoem, Abchazië.

Abchazië heeft een heel ministerie opgetuigd voor de repatriëring van voormalig landgenoten. Druppelsgewijs meldden zich enkele Turkse families uit de droge binnenlanden van Anatolië. Maar pas toen de oorlog in Syrië uitbrak werd de remigratie massaler. Enkele honderden Syriërs zijn eind 2012 en in 2013 afgereisd naar Abchazië en worden opgevangen met een appartement, een inkomen en een talencursus. Maar tegelijkertijd maakt de nieuwe immigratie van vooral islamitische Abchazen uit het Midden-Oosten veel Abchazen zenuwachtig. In Abchazië kent bijna iedereen elkaar. Het is een gesloten clansamenleving. Het land moet worden open gegooid om te veranderen en te moderniseren, maar – zodra het er op aankomt – lijken de Abchazen meer hun huidige dorpse staat te koesteren.

Hoofdstuk II gaat over de achtergronden van het onbekende landje Abchazië. Lees meer over Abchazië en Georgië in ons boek Empty Land, Promised Land, Forbidden Land, ook te lezen online op issuu en te bestellen in onze webshop.

Empty land Promised land Forbidden land